Smart? City!


De discussie over smart city gaat op dit moment heel erg over ‘smart’ en veel minder over ‘city’. Als we echt willen dat de stad smart wordt, moeten we voorbij de slimme toepassingen kijken en zien hoe en waardoor de stad momenteel verandert. Wat we nodig hebben is een visie op de stad die als uitgangspunt kan dienen om echt smart te worden. Steden, stadsmakers, maar ook de smart-city-technerds moeten samen een smart (omgevingsvisie) schrijven. Voor de stad van morgen en nu.

We leven in een bijzondere tijd. Niet door de opkomst van allerlei apparaten als de iPhone of het LoRa-netwerk, maar door het feit dat door die apparaten en de constante verbondenheid tussen letterlijk iedereen en alles het begrip ‘plek’ een nieuwe betekenis heeft gekregen. Een plek had namelijk altijd een hoge mate van exclusiviteit. Tot een eeuw geleden kon je alleen datgene meemaken, wat gebeurde op de plek waar je was. Het was niet mogelijk om tegelijkertijd ergens anders te zijn of te weten wat op dat moment ergens anders gebeurde. Een mooi voorbeeld was te lezen in Voetbal International in een terugblik op 125 jaar voetbal in Nederland. Een eeuw geleden was er al een bescheiden voetbalcompetitie in Nederland. Ook in Deventer werd gevoetbald en toen Willem II op bezoek kwam, namen de Tilburgenaren postduiven mee om het thuisfront te informeren over de vorderingen tegen Go Ahead. Er bestond al wel telefonie en telegrafie, maar nog geen radio of tv, laat staan internet. Wat in Deventer gebeurde, werd beleefd door de mensen ter plekke en niet door iemand elders. De plek had exclusiviteit.

Alles kan overal
De afgelopen eeuw is die exclusiviteit van de plek verdwenen. Ik kan overal werken, winkelen, colleges volgen, voetbal kijken. Ik kan het allemaal in real time. Ik ben overal en altijd met iedereen en alles verbonden. De smart city gaat dus niet over techniek, maar over communicatie. Over communicatie tussen mensen onderling, tussen apparaten onderling en tussen mensen en apparaten. Voorbeelden daarvan zijn er te over. IPhones, slimme thermostaten, zelfdenkende lantaarnpalen, VR-brillen, communicerende vuilnisbakken.

Stedebouwers en andere stadsmakers moeten zich afvragen wat die verandering betekent voor hun stad en dat moeten ze als uitgangspunt nemen bij het ontwikkelen van de toekomstvisie op hun stad. Ze moeten beschrijven wat de ‘waarom’ en de ‘hoe’ is achter de ‘ wat’ waar de smart-city-discussie nu vaak over gaat. Want pas als we het ‘waarom’ weten, weten we ook welke processen en producten we nodig hebben om die visie te realiseren. Met andere woorden: wat willen we met onze stad en hoe kan dat in de huidige context worden gerealiseerd?

Stad gaat over leefkwaliteit
Om bij het ‘waarom’ te beginnen, dat is niet wezenlijk anders dan honderd of duizend jaar geleden. Net als in het oude Rome, de Hanzesteden of de steden uit de Gründerzeit streven we er in onze steden naar een leefkwaliteit te realiseren die economische en persoonlijke ontplooiing (welvaart en welzijn) mogelijk maakt.

Door de opkomst van internet is dat echter op een andere, een nieuwe, manier mogelijk. De weg naar de stedelijke leefkwaliteit, de ‘hoe’, is anders. De exacte invulling daarvan verandert van stad tot stad, maar er is wel een grote gemene deler te zien en die heet flexibiliteit. De opkomst van internet maakt ons op tal van vlakken enorm flexibel, het internet of things, zorgt voor een flexibele stad. De vraag is wat de stedebouwkundige gevolgen zijn. Wat betekent het voor een stad als je overal alles kan doen? Als je thuis kan werken? En vanaf je werk kan skypen met je kinderen thuis?

Er is een nieuwe stedebouwkundige laag over de stad gelegd die bestaat uit data. Wat zijn de gevolgen voor de stedebouw als die laag gaat communiceren met gebruikers? Als een plein een parkeerplaats kan worden, reagerend op de verkeersdruk? Als lantaarnpalen aangaan als er mensen in de straat zijn? Wat betekent het voor de stad als de bedenkers van Pokémon Go op basis van algoritmes ontmoetingsplekken definiëren? Kortom, wat betekent de flexibilisering van de stad?

Flexibiliteit leidt tot efficiënt ruimtegebruik
In die stad valt ten eerste veel minder te bestemmen. Flexibilisering, vraagt niet alleen om invulling, maar ook om kaderstelling. Een stedebouwkundige die flexibilisering als uitgangspunt neemt, stelt kaders en grenzen. Onbeperkte flexibiliteit bestaat niet. Die vervliegt. Vergelijk het met de iPhone en iPad. De apparaten bieden een platform aan app-ontwikkelaars om vanuit hun creativiteit te reageren. Dat leidt tot een grote diversiteit aan apps, waarvan een groot deel nooit door Apple zelf bedacht had kunnen worden. Maar ze voldoen wel allemaal aan de technische randvoorwaarden van Apple. Ze reageren om de fysieke maatvoering die door Apple is bedacht (en zo is een app voor een iPhone anders dan voor en iPad) en ze voldoen aan de normen en waarden van Apple (zo zijn porno-apps bijvoorbeeld verboden bij Apple). Het zou de visie kunnen zijn voor een stad, waarbij de ene wijk de andere niet is (iPhone, iPad, iPad-mini, MacBook), maar wel duidelijk voor een visie is gekozen die flexibiliteit mogelijk maakt. Een andere stad kiest voor een andere invulling van het begrip flexibiliteit, bijvoorbeeld de Android-invulling, om maar bij het voorbeeld te blijven. En weer een ander kiest voor een hele andere vertaling.

Flexibilisering leidt vervolgens tot efficiënt ruimtegebruik en wellicht zelfs tot krimp. Daarvan zien we al tal van voorbeelden. Flexkantoren hebben bijvoorbeeld per medewerker minder vierkante meter ruimte nodig en benutten hun ruimte dus efficiënter. Net als de mensen die op dat moment niet op kantoor werken, maar de laptop hebben opengeklapt in de woonkamer of bij de Starbucks. Ook die ruimtes worden beter benut. Online winkelen is een ander voorbeeld. Internet heeft het koopproces efficiënter gemaakt, met als gevolg dat er minder winkels nodig zijn. En zo zullen veel meer stedelijke functies door internet efficiënter worden benut. De smart city is een kleine stad die veel kan. Zoals de smartphone een kleine computer is, die meer kan dan de pc’s van twintig jaar geleden.

Hoe we om moeten gaan met die flexibilisering en het efficiënt ruimtegebruik die de smart city tot gevolg heeft, daar is visie voor nodig. In die visie moeten we beschrijven hoe we flexibiliteit en efficiënt ruimtegebruik inzetten om tot stedelijke leefkwaliteit te komen. Met andere woorden, hoe we de smart city echt als uitgangspunt nemen voor onze stedelijke leefkwaliteit. Wie dat niet doet blijft steken in gadgets, pilots en probeersels.

Leren van elektriciteit
Natuurlijk is er nog veel onduidelijk, de toekomst moet nog worden gemaakt. Maar we kennen gelukkig wel een inspirerend voorbeeld en dat is de opkomst van elektriciteit, ongeveer een eeuw geleden. Het gevolg daarvan was dat de stad juist enorm kon groeien. In de breedte en in de hoogte. Trams, metro’s maar ook liften, maakten het mogelijk om mensen en goederen veel verder te vervoeren, waardoor stedelingen veel verder van de productieplaatsen van vers voedsel konden wonen. De stedebouwkundige antwoorden kwamen van verlichte geesten als Le Corbusier. Het nu zo vanzelfsprekende begrip megastad, is ook ooit bedacht en was een direct gevolg van die technologische revolutie.

Waar elektriciteit zorgde voor groei, zorgt internet dus voor flexibiliteit en efficiënt ruimtegebruik. En die moet worden gepland. Dat zal vaak goed gaan, maar soms ook niet. Er zullen goede plannen worden bedacht en slechte. Maar alles beter dan nu, waarbij we doen alsof de smart city gaat over tools, gadgets en toepassingen. We moeten de verandering echt serieus nemen. Zo serieus dat we onze stad er om heen gaan plannen, in plaats van de verandering in bestaande, achterhaalde structuren te proppen.

Tenslotte zijn er, gelukkig maar, ook aspecten van het stedelijk leven die niet veranderen. Ook in de smart city is de maakindustrie uiteindelijk de belangrijkste drijfveer achter economische groei (maar de manier waarop zal wel veranderen). Ook in de smart city willen we elkaar blijven ontmoeten (maar organiseren we die ontmoeting wel heel anders). Ook in de smart city is de stad een broedplaats voor vrije geesten en democratie. En ook in de smart city speelt Willem II uit in Deventer tegen Go Ahead en winnen de Eagles. Zonder postduif, maar met een twittervogeltje dat de Tilburgenaren real time op de hoogte houdt van het verloop van de wedstrijd.

Categories