Waarom we de kinderarbeid afschaften en rechts rijden


Door Christa Wesselink

Elke tijd kent zijn praktische regels en ethische dilemma’s. En in elke tijd leidt dat tot debat. Dat was 100 jaar geleden niet anders, toen de kinderarbeid werd afgeschaft en verkeersregels werden bedacht.

Hoe kinderarbeid onsmakelijk werd

Vanaf ’s ochtends vijf uur tot ’s avonds zeven uur stonden kinderen van zes jaar in Nederland in boomgaarden. Door het maken van zoveel mogelijk geluid en door rond te rennen, moesten de kinderen zo veertien uur per dag, zeven dagen per week, vogels verjagen van het veld, als levende vogelverschrikkers. In de negentiende eeuw was kinderarbeid vrij normaal op het platteland, maar nog niet in de mensonterende vormen die we kennen uit de fabrieken. Kinderarbeid wordt gezien als het gevolg van de eerste industriële revolutie. Deze grootschalige technologische transitie die begon in Groot-Brittannië, veranderde het leven van de mens op bijna elk gebied. Maar het bestond daarvoor ook. Het werken van kinderen werd in de pre-industriële tijd ook als normaal gezien, maar dit werd vaak alleen binnen het gezin uitgevoerd en binnen de huiselijke sfeer of op het land. In fabrieken werkten kinderen niet meer direct voor hun ouders of familie. Het werk in de fabrieken vereiste geen jarenlange scholing, omdat de ambachtelijke productie werd overgenomen door machines die werkten op een hoog tempo. Kinderen waren hiervoor de geschikte werknemers. Ze hadden kleine handjes die makkelijk losse draadjes konden opruimen onder de gevaarlijke weefmachines en kinderen waren erg goedkoop omdat ze in groten getale beschikbaar waren in steden. Ook dat was een gevolg van de industriële revolutie. Het werk dat eerst door ambachtslieden werd gedaan, werd overgenomen door de fabrieken, die dit veel sneller en grootschaliger konden verwezenlijken. Ook waren er minder mensen nodig op het platteland, omdat daar efficiëntere manieren waren uitgevonden voor grondbewerking. Bij gebrek aan inkomsten verhuisden de boerengezinnen naar de stad, om zo een arbeidersgezin te worden. Een arm arbeidersgezin.

Charles Dickens

In de Britse steden was het leven hard voor kinderen. Kinderen vanaf 6 jaar werkten soms 14 uur per dag tussen gevaarlijke machines. Ook werden kleine kinderen in Groot-Brittannië ingezet in levensgevaarlijke mijnen. De wijdverbreide inzet van kinderen in de industrie leidde tot een verafschuwing onder het volk. Het zou ‘onsmakelijk’ zijn. Het gevolg hiervan was dat er parlementaire onderzoeken werden uitgevoerd naar de situatie van de kinderen in fabrieken en mijnen. Dit leidde tot afschrikwekkende resultaten. Schrijvers zoals Charles Dickens (A Christmas Carol) spraken zich hiertegen uit. Hervormers in de regering begonnen te vechten voor de afschaffing van kinderarbeid. Twee wetten volgden in de eerste helft van de negentiende eeuw. Deze gaven richtlijnen voor de leeftijden van kinderen in de fabrieken en mijnen. Dit verbeterde het welzijn van de kinderen een beetje, maar de wetten waren geen echte oplossing. Die lag in de armoede. Ook al waren de ouders van de kinderen zich ervan bewust dat de omstandigheden voor de kinderen ontzettend slecht waren, ze waren te arm om zich hiertegen te verzetten. In de tweede helft van de negentiende eeuw volgden andere wetten die de afschaffing van kinderarbeid bewerkstelligden.

In ons boek Smart & Leefbaar gaan we ook in op het Nederlandse Kinderwetje en de transitie van onze autowegen. Bestel het boek (gratis) hier. Tot en met vrijdag 16 november verloten we elke dag drie papieren boeken onder de bestelde boeken (zowel digitale als papieren).