Wat mogen gemeenten van de smart city zelf regelen?


Door Anita Nijboer

Gemeenten kunnen hun smartcitywensen vastleggen via overeenkomsten met bedrijven, via gemeentelijke verordeningen en via het omgevingsrecht. We hebben de mogelijkheden op een rij gezet in ons boek Smart & Leefbaar. Hier alvast een voorproefje.

Er zijn meerdere verhoudingen te onderscheiden waarbinnen regels voor de smart city kunnen worden geregeld. Te denken valt aan regels die gelden voor bedrijven onderling om te zorgen voor een level playing field tussen bedrijven, of regels die gesteld worden om burgers te beschermen tegen bedrijven. Een groot deel van deze regelgeving zal op internationaal/Europees of landelijk niveau geregeld moeten worden. Daarnaast kunnen regels gesteld worden voor smartcitytoepassingen in de openbare ruimte of binnen een gemeente. Voor een deel zullen ook dit regels zijn die op Europees of landelijk niveau gesteld kunnen of moeten worden. Echter ook voor een gemeente kan hier een eigen taak weggelegd zijn.

Gemeentelijke verordeningen

Een gemeente mag op grond van artikel 149 Gemeentewet regels stellen in verordeningen die in het belang van de gemeente nodig zijn c.q. de gemeentelijke huishouding betreffen. Voorwaarde is dat de verordeningen zich beperken tot het gemeentelijke openbare belang en niet treden in een regeling van de ‘bijzondere belangen van ingezetenen’. Tot de gemeentelijke huishouding behoren bijvoorbeeld de bescherming van de openbare orde, het voorkomen van hinder, de bescherming van veiligheid en/of gezondheid van personen. Daarnaast mag een verordening niet in strijd zijn met hogere regelgeving of regels stellen waarover de landelijke wetgever bij uitsluiting bevoegd is. Op het gebied van privacy bestaat uitputtende Europese en landelijke wetgeving, althans is de wetgever bij uitsluiting bevoegd, zodat wij daar op dit moment geen extra rol voor gemeenten zien weggelegd om hierover regels te mogen stellen in een verordening. Maar op veel gebieden bestaat nog geen regelgeving zodat de gemeentelijke wetgever in principe bevoegd is om hierover regels te stellen, mits het gaat om een gemeentelijk openbaar belang. Dit zal per deelonderwerp moeten worden afgewogen. Voor zover er nog geen specifieke wetgeving is over een bepaald onderwerp, is het dus wellicht mogelijk voor een gemeente om in een verordening regels te stellen op het gebied van smartcitytoepassingen in de openbare ruimte. Bepalend is dan uitsluitend of sprake is van een gemeentelijk algemeen belang.

Gemeentelijk belang als uitgangspunt

Voorbeelden van regels in verordeningen die toegestaan zijn, zijn bijvoorbeeld regels voor de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf (ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:2495) ter voorkoming van onder andere uitbuiting en mensenhandel en dus ter bescherming van de openbare orde. Verder mag bij verordening een bierfiets worden geweerd uit het centrum van Amsterdam in het belang van de openbare orde en veiligheid. Een ander voorbeeld is de verordening van de gemeenteraad van Wassenaar die de bewegingsvrijheid van de overlast gevende kater Napoleon zodanig beperkte dat deze het erf van de woning niet af mocht komen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de maatregel was gericht op het tegengaan van gevaar of hinder door dieren en er in zoverre sprake was van een gemeentelijk belang. Daarbij maakte het volgens de Afdeling niet uit dat de hinderlijke situaties zich niet altijd op openbare grond voordoen. ‘Immers, er kan een zodanige uitwerking uitgaan op de omgeving dat daardoor openbare belangen, waarbij in dit verband in het bijzonder moet worden gedacht aan het belang van de openbare orde en van de volksgezondheid, worden geraakt.’ Een voorbeeld van een regel in een gemeentelijke verordening die niet is toegestaan, is bijvoorbeeld een verbod om overdag grote voertuigen te parkeren ‘… bij, voor, naast of achter een bewoond perceel op zodanige wijze, dat daardoor het uitzicht vanuit dat perceel voor de bewoners op hinderlijke wijze wordt belemmerd’. De afdeling oordeelde dat gelet op de gekozen bewoordingen dit verbod zich ook uitstrekt tot situaties die niet de huishouding van de gemeente betreffen. Een bekend voorbeeld waar géén sprake was van gemeentelijk belang is het ‘Wilnisser visser-arrest’. In deze zaak ging het om een voorschrift in een APV waarin stond dat het verboden was te vissen op zondag. Een visser die toch op zondag had gevist (in de Wilnisser plassen) ging tegen de opgelegde boete in beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het verbod onverbindend was omdat het in zulke algemene bewoordingen was gesteld dat het verbod ook zou gelden voor het vissen in privéwater dat niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. Zodoende zou het verbod ook betrekking hebben op situaties die geen gemeentelijk belang betreffen.

Deze tekst gaat verder in ons boek Smart & Leefbaar. Hierin lichten we ook onder andere de omgevingswet toe. Bestel het (gratis) boek hier. Tot en met vrijdag 16 november verloten we elke dag drie papieren boeken onder de bestelde boeken (zowel digitale als papieren).