Wat we leerden van het Smart Cities Marktonderzoek


Op woensdag 19 september werd bij Future City Foundation thuis een seminar georganiseerd over de Smart City Markt. Gemeenten, bedrijfsleven en startups gingen de discussie met elkaar aan over de transitie naar een Smart City. Vragen die gesteld werden waren onder andere welke rol de overheid moet aannemen in de smart city, hoe draagvlak onder de bevolking gecreëerd kan worden, en waar de kennis voor goed beleid vandaan kan komen.

In Amersfoort kwamen 38 geïnteresseerden in het thema Smart City bijeen voor de seminar ‘Trek uw lessen uit het Smart Cities Marktonderzoek.’ Dit naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door Future City Foundation en USP Marketing & Consultancy over in hoeverre het thema Smart City leeft onder consumenten, overheden en het bedrijfsleven. De groep bestond uit een mix van overheid en ondernemers. Gedurende de verschillende presentaties van Jan-Paul Schop (USP), Rik van Berkel (FME) en Niels Rood (raadslid gemeente Eemnes) ontstonden discussies met het publiek die verschillende kanten van het thema belichtten. Een greep uit de conclusies van de dag.

Wie voert het gesprek?

De Smart City komt er sowieso, Google slaat geen stad over – aldus Jan Willem Wesselink, kwartiermaker bij Future City Foundation. Technologie is zich meer en meer met onze levens aan het verweven. Niet alleen omdat we daar zelf voor kiezen, maar ook omdat onze omgeving er voor kiest en je wel mee moet. Ondanks de steeds grotere rol die data begint te krijgen, bestaat er nog nauwelijks beleid over. De vraag die gedurende de middag voornamelijk gesteld werd was wie het gesprek over het Smart City beleid moet voeren.

Rol van de overheid

De technologisering is niet meer tegen te houden. Het is dus aan de overheden om er een houding tegenover in te nemen. Ga je als maatschappij accepteren dat er minder geborgd is door data die op straat ligt? Of moet er actief beleid gemaakt worden: komen er principes en kaders waarbinnen bedrijven data mogen verzamelen? Moeten er regels gesteld worden omtrent de privacy van data? Welke waarde wordt er aan bepaalde data gehecht?

Positie van het bedrijfsleven

Vanuit FME wordt aangegeven dat bedrijven beleidskaders prettig vinden, omdat het hen grenzen en normen geeft waarbinnen ze hun creativiteit kunnen loslaten. Het geeft hen ook de opdracht om na te denken over welke data zij werkelijk nodig hebben en hoe ze het kunnen anonimiseren. De markt is te veranderlijk om precies uit te stippelen wat kan en mag, maar grenzen kunnen gesteld worden waar de markt zich binnen mag bewegen.

Vergeet de bewoner van de Smart City niet

Om de slimme stad of dorp tot een succes te maken is communicatie met de inwoners van groot belang. Een consument kan niet overzien wat de gevolgen zijn van data en wat voor hem/haar de meerwaarde is van smarttoepassingen. De onzekerheid over waar data naartoe gaat zorgt ervoor dat voor veel consumenten de term ‘Smart City’ een negatieve bijklank heeft. Een gemeente die slimme data wil inzetten voor haar inwoners moet uitleggen wat de voordelen zijn en de randvoorwaarden voor controle op de data en de borging van veiligheid en privacy.

Wie heeft de kennis?

Als een gemeente profijt wil hebben van de transitie naar slimme steden, moet daar nu beleid over komen. Het grote nadeel is dat veel beleidsmakers niet zo bekend zijn met de mogelijke technologieën. Het zijn juist de praktijkmensen, de techneuten, die weten wat daar buiten in de wereld speelt. Als voorbeeld wordt de werkwijze van de Gemeente Amersfoort genoemd. Binnen de gemeente is er een afdeling dat zich bezig houdt met de technologisering van de stad en zij brengen dit onder de aandacht binnen de gemeente door interne, informele bijeenkomsten te organiseren. Hierbij delen ze zowel interne als externe kennis met wethouders en beleidsadviseurs. Op deze manier weten zij de juiste kennis op de juiste plaats te krijgen.

Bruggen bouwen

Er is dus een kenniskloof tussen de beleidsmakers en de wereld van smart tech. Future City Foundation richt zich juist op bruggenbouwen tussen die werelden. Tussen de technologen en de beleidsmakers, de mensen die weten wat kan en zij die bepalen wat mag. De kennishouder en kennisvrager moeten geïdentificeerd worden en aan elkaar worden gekoppeld. Dit kan intern gebeuren, zoals Gemeente Amersfoort het heeft georganiseerd, of met behulp van een externe partij zoals Future City Foundation.

Ten slotte, als mooie afsluiter van de dag, gaf Rik van Berkel het volgende antwoord op de vraag ‘Wat neem je van vandaag mee naar huis?’ – Deze groep hier weet waar het over gaat en ziet de urgentie. Iedereen hier zou ambassadeur van de Smart City moeten worden en dit overal vertellen. Morgen bij de koffie, vanavond thuis, waar dan ook. Want iedere inwoner is onderdeel van deze slimme stad.

 

In samenwerking met: