Bescherm autonomie burgers tegen ‘dataslurpers’


Nu naast overheden ook bedrijven en burgers data kunnen verzamelen en analyseren, verandert de rol van de gemeente. Van dataverzamelaar tot bewaker van onze autonomie. Het verzamelen en gebruiken van data voor (ruimtelijke) besluitvorming was altijd een taak die primair bij de (lokale) overheid lag. Dat is niet meer zo. Ook bedrijven kunnen data verzamelen en daar het gebruik van de ruimte mee veranderen. Een voorbeeld daarvan is routeplanner Waze (een zusterbedrijf van Google Maps) die data verzamelt om haar gebruikers zo snel mogelijk van A naar B te brengen, waar nodig via sluipwegen. Omdat deze routes ook door woonwijken gaan, beïnvloedt Waze zo het gebruik van de ruimte. Vlaamse gemeenten hebben het er maar moeilijk mee. Welke data en welke algoritmen bedrijven gebruiken is meestal niet bekend. Dat is goed te begrijpen vanuit het perspectief van de bedrijven, maar overheden en burgers moeten dus rekening houden met een niet-transparante beïnvloeding. Niet alleen bedrijven, ook burgers kunnen data verzamelen en daarmee het beleid beïnvloeden. Bijvoorbeeld via burgermeetnetten in Schiedam of LoRa Apeldoorn. Het is tegenwoordig relatief goedkoop om een netwerk op te zetten van sensoren, dat bijvoorbeeld de luchtkwaliteit of geluidsoverlast meet. Dit gebeurt met verschillende motieven. Uit fascinatie voor techniek, maar ook uit wantrouwen in de overheid. Deze data geeft burgers een andere positie ten opzichte van overheden, waarbij ook burgers nu weten waar ze het over hebben. Het geeft burgers meer zeggenschap over hun wijk en gemeente en vergroot hun autonomie. Want juist die autonomie staat onder druk als bedrijven data inzetten om overheden en burgers op een niet-transparante manier te beïnvloeden. En dat kan de autonomie van burgers verkleinen. Dat ontstaat als mensen niet meer weten en begrijpen hoe hun gedrag wordt beïnvloed, of als we het wel begrijpen, het gevoel hebben dat ze er geen grip op hebben. TNO en het CBS onderzoeken al jaren de werkdruk en beschrijven de uitkomsten in de Arbobalans. Uit hun onderzoek blijkt dat in de afgelopen tien jaar het aantal werknemers dat regelmatig een lage autonomie op de werkvloer voelt, is gestegen van 38 naar 45 procent. De onderzoekers vinden dat een opvallende stijging. Het is niet ondenkbaar dat de verdere inperking van de autonomie leiden tot een grotere (werk)druk en tot meer ziekteverzuim. Overheden moeten voorkomen dat dit doorslaat en de kwaliteit van leven in Nederland afneemt. Dat kan ze doen door kaders te stellen. Zo heeft de PvdA een wetsvoorstel ingediend dat werknemers, naar Frans voorbeeld, het recht geeft om buiten werktijd onbereikbaar te zijn. Ook op andere vlakken kan de autonomie van burgers worden beschermd. Zo heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gemeenten verboden om via wifitracking bezoekers van de binnenstad te volgen, maar waren er ook gemeenten (bijvoorbeeld Nijmegen) die hier uit principe al mee waren gestopt. Het is dus nodig dat er grenzen worden gesteld aan wat er kan. Niet alles wat kan, moet mogen. Maar net zo belangrijk is het versterken van de autonomie door burgers meer mogelijkheden te geven. Door als gemeente te erkennen dat je niet meer als een kip op de gouden data-eieren moet zitten. Dat je data moet delen met bedrijven en burgers, omdat je daar zelf beter van wordt, maar vooral omdat je inwoners daar beter van worden. Door data open te stellen weten burgers meer en kunnen ze de macht beter controleren. In een democratie leidt dat tot een sterker bestuur. En door data open te stellen ontstaan er oplossingen die je als overheid zelf niet kan bedenken. En dat alles leidt tot meer autonomie voor inwoners. Tot een gemeente die echt van de burgers is. Jan-Willem Wesselink, programmamanager Future City Foundation Dit artikel is een uitkomst van het project Smart Stedenbouw. Daarin onderzoeken we met 20 partners hoe technologisering de stad verandert. Meer weten over rol van data daarin? Download dan het gratis e-book: Data en Omgevingsbeleid. Nu naast overheden ook bedrijven en burgers data kunnen verzamelen en analyseren, verandert de rol van de gemeente. Van dataverzamelaar tot bewaker van onze autonomie. Het verzamelen en gebruiken van data voor (ruimtelijke) besluitvorming was altijd een taak die primair bij de (lokale) overheid lag. Dat is niet meer zo. Ook bedrijven kunnen data verzamelen en daar het gebruik van de ruimte mee veranderen. Een voorbeeld daarvan is routeplanner Waze (een zusterbedrijf van Google Maps) die data verzamelt om haar gebruikers zo snel mogelijk van A naar B te brengen, waar nodig via sluipwegen. Omdat deze routes ook door woonwijken gaan, beïnvloedt Waze zo het gebruik van de ruimte. Vlaamse gemeenten hebben het er maar moeilijk mee. Welke data en welke algoritmen bedrijven gebruiken is meestal niet bekend. Dat is goed te begrijpen vanuit het perspectief van de bedrijven, maar overheden en burgers moeten dus rekening houden met een niet-transparante beïnvloeding. Niet alleen bedrijven, ook burgers kunnen data verzamelen en daarmee het beleid beïnvloeden. Bijvoorbeeld via burgermeetnetten in Schiedam of LoRa Apeldoorn. Het is tegenwoordig relatief goedkoop om een netwerk op te zetten van sensoren, dat bijvoorbeeld de luchtkwaliteit of geluidsoverlast meet. Dit gebeurt met verschillende motieven. Uit fascinatie voor techniek, maar ook uit wantrouwen in de overheid. Deze data geeft burgers een andere positie ten opzichte van overheden, waarbij ook burgers nu weten waar ze het over hebben. Het geeft burgers meer zeggenschap over hun wijk en gemeente en vergroot hun autonomie. Want juist die autonomie staat onder druk als bedrijven data inzetten om overheden en burgers op een niet-transparante manier te beïnvloeden. En dat kan de autonomie van burgers verkleinen. Dat ontstaat als mensen niet meer weten en begrijpen hoe hun gedrag wordt beïnvloed, of als we het wel begrijpen, het gevoel hebben dat ze er geen grip op hebben. TNO en het CBS onderzoeken al jaren de werkdruk en beschrijven de uitkomsten in de Arbobalans. Uit hun onderzoek blijkt dat in de afgelopen tien jaar het aantal werknemers dat regelmatig een lage autonomie op de werkvloer voelt, is gestegen van 38 naar 45 procent. De onderzoekers vinden dat een opvallende stijging. Het is niet ondenkbaar dat de verdere inperking van de autonomie leiden tot een grotere (werk)druk en tot meer ziekteverzuim. Overheden moeten voorkomen dat dit doorslaat en de kwaliteit van leven in Nederland afneemt. Dat kan ze doen door kaders te stellen. Zo heeft de PvdA een wetsvoorstel ingediend dat werknemers, naar Frans voorbeeld, het recht geeft om buiten werktijd onbereikbaar te zijn. Ook op andere vlakken kan de autonomie van burgers worden beschermd. Zo heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gemeenten verboden om via wifitracking bezoekers van de binnenstad te volgen, maar waren er ook gemeenten (bijvoorbeeld Nijmegen) die hier uit principe al mee waren gestopt. Het is dus nodig dat er grenzen worden gesteld aan wat er kan. Niet alles wat kan, moet mogen. Maar net zo belangrijk is het versterken van de autonomie door burgers meer mogelijkheden te geven. Door als gemeente te erkennen dat je niet meer als een kip op de gouden data-eieren moet zitten. Dat je data moet delen met bedrijven en burgers, omdat je daar zelf beter van wordt, maar vooral omdat je inwoners daar beter van worden. Door data open te stellen weten burgers meer en kunnen ze de macht beter controleren. In een democratie leidt dat tot een sterker bestuur. En door data open te stellen ontstaan er oplossingen die je als overheid zelf niet kan bedenken. En dat alles leidt tot meer autonomie voor inwoners. Tot een gemeente die echt van de burgers is. Jan-Willem Wesselink, programmamanager Future City Foundation Dit artikel is een uitkomst van het project Smart Stedenbouw. Daarin onderzoeken we met 20 partners hoe technologisering de stad verandert. Meer weten over rol van data daarin? Download dan het gratis e-book: Data en Omgevingsbeleid. Dit blog verscheen eerder op Gemeente.NU