De toekomst is onzeker


Deze column verscheen eerder in ROmagazine

Ik hield een ongemakkelijk gevoel over aan het lezen van Ruimtelijke Verkenning 2019 en dat is vast ook de bedoeling van de auteurs. In het rapport worden vier toekomstscenario’s geschetst voor de ruimtelijke ordening in Nederland. Die worden -zoals dat hoort bij deze systematiek- vrij precies uitgewerkt. Het is alsof we al in 2049 zijn.
Dystopieën laten zich over het algemeen gemakkelijker voorspellen dan utopieën. Kijk een paar afleveringen Black Mirror en je hebt geen zin meer in de toekomst. Gelukkig zijn de ruimtelijk verkenners daar niet in doorgeschoten. Het echte angstaanjagende is dat de scenario’s best voorstelbaar zijn. En dat ze ook allemaal goede kanten hebben. In de dystopieën klinkt vooral de angst voor overheersing door een systeem, bedrijf of elkaar. Het Groenrijk-scenario klinkt bijvoorbeeld als een ecodictatuur die goed is voor de wereld, maar niet echt aantrekkelijk klinkt. Geef mij dan maar Eigenwijk, waar we gezellig bij elkaar blijven leven. In mijn beleving is dat de enige aanzet tot een utopie.
De beschreven scenario’s geven bestuurders handvatten om na te denken over de toekomst. Welke toekomst willen we? En hoe komen we daar? Welke keuzes moeten we dan maken? Of juist niet? Dat is hun werk. De kunst is daarbij niet te blijven steken in de toekomst, maar het door te vertalen naar vandaag. Om te komen bij de gewenste toekomst moeten immers nu keuzes worden gemaakt. Kaders worden gezet. Voorwaarden geschapen. In veel gevallen zijn dat nieuwe keuzes. Als we niet willen dat we allemaal in bubbels leven (zoals in Bubbelstad), moeten we dat inkaderen. En als we inderdaad economisch gezien optimaal willen profiteren van de nieuwe technologie (Beursplein) is het wellicht ook goed om na te denken hoeveel ruimte we bedrijven van als Google nu al kunnen geven. Voorsorteren is nooit slecht.
Maar het rapport is ook een opdracht aan ontwerpers. Zij moeten nadenken over de ontwerpconsequenties die voortkomen uit de scenario’s en vooral over de rol van de stad in de toekomst. Maar bovenal moeten ze nadenken over hoe ze de uitwassen voorkomen. Welke ontwerpvragen komen voort uit de dystopieën en hoe ontwerp je de utopie. Toen -ruim een eeuw geleden- de 14urige werkdag en kinderarbeid normaal waren en de Jordaan een sloppenwijk was, waren er verlichtte geesten die daar een oplossing voor ontworpen. Digitalisering en technologisering zijn soms eng. Worden we straks allemaal slaaf van een systeem (welke dan ook)? Worden we leeggezogen door dataslurpers? Leven we in schijnwereld of een ecodictatuur?
De toekomst mag dan onzeker zijn, en soms donker, als je ontwerper bent is het smullen geblazen. De wereld verandert, er ontstaan nieuwe uitdagingen en nieuwe problemen en dus nieuwe ontwerpopgaven. Die we nu nog niet kennen. Maar die wel bedacht moeten worden. En daarvoor is de Ruimtelijke Verkenning 2019 ronduit inspirerend.

Jan-Willem Wesselink
Programmamanager Future City

jan-willem@future-city.nl

Categories