Tweede Kamer onderzoekt hoe technologisering de Tweede Kamer verandert


Als digitalisering en technologisering alles veranderen, hoe verandert dan de Tweede Kamer? De tijdelijke Commissie Digitale Toekomst is dit jaar voorjaar op zoek naar antwoorden op die vraag. Maandag 2 maart sprak de commissie met bedrijfsleven, gemeenten en provincies. Om te begrijpen hoe de relatie met deze instanties en verandert. En daardoor de Kamer zelf.

Zoals veel commissies in de Kamer zijn ook in de tijdelijke Commissie Digitale Toekomst de politieke kleuren mooi verdeeld (bekijk hier hoe de commissie is samengesteld). Maar erg politiek werd het maandag niet. Dat maakte het tot een uniek debat en tegelijkertijd herkenbaar voor gemeenten en provincies. De Kamer zoekt allereerst naar de vraag hoe ze grip kunnen hebben op de transitie waar ze in zitten. Of, zoals het in het onderzoeksvoorstel (dat je hier kunt lezen) staat: ‘Het hoofddoel van de tijdelijke commissie digitalisering is te komen met betere handvatten voor de Tweede Kamer om te sturen op gewenste en bij te sturen op ongewenste ontwikkelingen als gevolg van digitale innovatie.’ Om dat te begrijpen had de Commissie een maand geleden Eurocommissaris Margrethe Vestager uitgenodigd (dat symposium is hier terug te kijken) en sprak het maandag met stakeholders uit bedrijfsleven, gemeenten en provincies.

Bedrijven: geef ons visie

Bij het bedrijfsleven (bekijk hier het debat terug) leefde een sterke behoefte aan visie. Zowel Nils Beers van TechLeap als Lotte de Bruijn van NLDigital vroegen er expliciet om. Visie was volgens hen de eerste stap naar actie. En volgens Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, voorzitter van FME, is er bij de rijksoverheid veel te weinig aandacht voor digitalisering ‘Ik vind het opvallend hoeveel aandacht er, terecht, naar de energietransitie gaat en hoe weinig belangstelling er is voor digitalisering en technologisering.’ Maar kamerlid Farid Azarkan (DENK) vroeg zich af of die roep om visie wel terecht was. ‘U gaat geen visie krijgen van de Kamer. Waarom vraagt u om iets waarvan u nu al weet dat u het niet gaat krijgen.’ Toch bleken andere Kamerleden die visie wel degelijk te hebben. Zo hekelde Gerrit Jan Pieter van Otterloo (50PLUS) het personeelsbeleid van bedrijven als Deliveroo. Judy Hoffer van de FNV herkende die angst en bedreiging, maar wees ook op de kansen die digitalisering biedt, ook aan lager opgeleiden.’ Ondertussen vroeg kamerlid Chris van Dam (CDA) zich af of hij nou grip had op dit onderwerp en of het ook wel zou moeten. Voor Petra Claessen van BTG hoefde dat niet per se. ‘Wij zien het wat praktischer: wet- en regelgeving moet beter op elkaar aansluiten en dat kunt u regelen. Ook zijn wij voorstander van een  “Nationale Groeicommissie”. Maar verder moeten we focussen op de uitvoeren. “Dont talk too much, let’s start together”’. En dat doet de BTG vanuit de ecosysteembenadering. ‘Het is zaal om verschillende partijen bij elkaar te brengen en samen aan de slag te gaan.’

Gemeenten: samen aan de slag

In de middag werd de andere kant belicht (bekijk hier het debat terug). Medeoverheden en hun relatie met digitalisering. Het Amsterdamse SP-raadslid Tiers Bakker legde de nadruk op de keerzijde van digitalisering en technologisering: ‘Uber is momenteel een partner van de gemeente Amsterdam. Wat ons betreft leidt dat tot grote problemen. De vraag is: van wie zijn de data? Kun je wel digitaliseren als je een partnership aangaat met de Uber Taskforce? Mijn antwoord is nee. Ik denk dat je daarin hele radicale stappen zult moeten maken, als je de bewoner van Amsterdam wil beschermen.’ Saskia Bruines, wethouder in Den Haag ziet daar ook een belangrijke rol voor de rijksoverheid: ‘We zien dat bij ons als lokale overheden veel zorgen worden neergelegd door burgers, of het nou gaat om wat Google allemaal van ze weet of wat wij misschien allemaal van ze weten wat ze niet aan ons kwijt zouden willen of wat er te gebeuren staat rond de invoering van 5G. We krijgen daar verschrikkelijk veel vragen over, waarop we proberen zo goed mogelijk te antwoorden. Daarbij is samenwerking met de rijksoverheid van heel groot belang.’ Jan-Willem Wesselink van de Future City Foundation stelde dat de Kamer een rol had in stellen van kaders. ‘Op initiatief van het ministerie van BZK zetten we de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ op, waarin we kijken welke tooling, instrumenten, kaders, handvatten, wetten nodig zijn om grip te krijgen, op technologisering en digitalisering. Dat is een heel breed begrip, maar je kunt je voorstellen dat het niet zo heel praktisch is als elke gemeente opnieuw bedenkt hoe een drempel in de weg eruitziet, om even een ander voorbeeld te gebruiken.’ Voor VVD-kamerlid Jan Middendorp reden om zich af te vragen sinds wanneer het rijk over verkeersdrempels ging. Wesselink: ‘U bepaalt in dit huis de verkeersregels. Die worden dan door de politie gehandhaafd. Dat is dus georganiseerd, maar u gaat inderdaad niet over de vluchtheuvels. Dat beleid wordt bepaald door overheden en bedrijfsleven samen. Ik denk dat je dat ook moet doen op digitaliseringsgebied. Je moet bedenken: wat moeten we nou in de wet regelen? En dan kun je ook dingen onderling regelen, zodat je bijvoorbeeld makkelijker aanbestedingen kunt doen.’

Provincies: borg de democratie

Tenslotte gingen de Kamerleden in gesprek met vertegenwoordigers van provincies (bekijk hier dit debat terug) die stelden dat de democratie onder vuur ligt. Jan van Ginkel van de provincie Zuid-Holland was daar helder in: ‘Ik was een tijdje geleden in Silicon Valley. Ik schrok ervan. Al je data worden geschraapt en al je data worden verkocht. Ik zoek er sindsdien naar hoe we als één overheid die democratische waarden die we hebben, kunnen doorvertalen naar concreet handelingsperspectief, bij wijze van spreken tot en met het niveau van de programmeur.’ CDA-kamerlid Chris van Dam reageerde geïnspireerd: ‘Als we de vraag zouden stellen hoe we onze democratie overeind kunnen houden, die vraag mij veel meer energie geeft, misschien ook veel meer verantwoordelijkheid legt, niet alleen bij een Kamer of bij een landsregering; hoe zouden we met z’n allen nu die urgentie op tafel kunnen krijgen?’ Van Ginkel: ‘Als wij in gesprek zijn met bijvoorbeeld projectontwikkelaars of mensen met een grondpositie en zelf onze datapositie niet op orde hebben, dan merk ik vandaag de dag dat zo’n gesprek na vijf minuten klaar is, want je wordt gewoon overruled.’ Henry Meijdam van de IPO vult hem aan: ‘Het belangrijkste wat je zou moeten willen bewerkstelligen is dat er minimaal een gelijkwaardigheid bestaat tussen overheidspartijen en marktpartijen qua informatiepositie. Want als we niet meer in staat zijn om te toetsen of dat wat ons gepresenteerd wordt als feit ook een feit is, dan lopen wij achter de muziek aan. Dan bepalen anderen uiteindelijk op basis van welke informatie besluiten door democratische organen moeten worden genomen.’

Hoe verder?

De tijdelijke commissie verwerkt deze en eerdere gesprekken in een rapport dat in april aan de Kamer wordt aangeboden. Maar ook dan blijven er waarschijnlijk voldoende vragen over. Van Ginkel vatte dat samen: ‘Mijn zoektocht is dat als je van A naar B gaat, kun je dat dan op de manier van B doen? Kun je aansluiten bij de logica van de digitale transformatie en dan zeggen: wat betekent dat voor politiek en bestuur? En dat vind ik een heel ingewikkeld vraagstuk. Mijn gevoel zegt dat we die slag moeten maken. Dat is echt een zoektocht.’